Logo Penners Architectuur

Een nieuw creatief stadsdeel voor 's-Hertogenbosch

Als reactie op de ontwikkelingen na het uitkomen van het boek 'The rise of the creative class' (2002), waarin de Amerikaanse econoom Richard Florida stelt dat "de sleutel tot de economische groei van een stad, het vermogen is om de 'creatieve klasse' aan te trekken", besloot de gemeente 's-Hertogenbosch zich te profileren als creatieve stad.
Volgens diverse onderzoeken ligt er in 's-Hertogenbosch een stevig creatief fundament, waarop de stad wil verder bouwen. De ontwikkeling van het plangebied Kop van 't Zand zal hierin een belangrijke rol vervullen; de creatieve sector is hier al succesvol vertegenwoordigd, maar zij ligt nog als eenling in een 'bevroren' gebied door de prominente aanwezigheid van een veevoederfabriek.
De gemeente bleek tot recent niet succesvol in onderhandelingen met die fabriek over uitplaatsing, waardoor er nog geen masterplan of programma voor dit verpauperde gebied is vastgesteld. Wel duidelijk is dat gemeente 's-Hertogenbosch inzet op 'een mix van bedrijfshuisvesting voor creatieve bedrijvigheid, woningbouw, culturele voorzieningen en een jachthaven'.
In mijn gedachten kan in dit onzichtbaar stukje binnenstad een levendig gebied ontstaan, dat het hart vormt van een cultureel en creatief 's-Hertogenbosch. Door het benutten en versterken van de aanwezige kwaliteiten zal het gebied een inspiratie vormen voor de nieuwe gebruikers. Met een uitdagend stedenbouwkundig plan voor deze locatie, wordt een context gevormd voor mijn architecturale opgave: het ontwerpen van hèt Kleinkunsttheater van Zuid-Nederland – de ideale aanvulling op het gebied.

EEN NIEUWE BROEDPLAATS VOOR DE KLEINKUNST

KONINGSTHEATER - KONINGSTHEATERACADEMIE - KONINGSTHEATERMUSEUM - PRODUCTIEHUIS
Het Koningstheater en de Koningstheaterakademie in 's-Hertogenbosch zijn binnen de wereld van de kleinkunst bekende namen; het theater wordt zelfs complimenteus 'De Kleine Komedie van het Zuiden' genoemd. Tot 2003 waren de twee onderdelen gehuisvest op één locatie, wat inspirerend werkte voor zowel leerlingen als optredende cabaretiers. Door de noodzakelijke verhuizing naar een locatie met amper ruimte, moest dit initiatief worden stopgezet: de twee onderdelen zijn nu op verschillende plaatsen in de binnenstad gehuisvest. Gaandeweg werden aan het Koningstheater het Koningstheatermuseum en het -productiehuis toegevoegd.
Door de uiteengevallen onderdelen weer samen te brengen in één gebouw in een nieuw creatief stadsdeel, ontstaat een synergie tussen gevestigde en beginnende theatermakers en de bezoekers. De openbare 'holte' tussen de zalen en overige functionele ruimten fungeert als katalysator: hier worden creatieve processen versnelt en opgevoerd tot de ultieme kleinkunstbelevenis. De zalen zijn als duidelijke grove en gesloten volumes vormgegeven, met ruw geprofileerd beton aan de buitenzijde. Door een slimme ordening van de zalen binnen een stedenbouwkundig maximaal volume, ontstaat een publieke holte die spiegelglad en maagdelijk is afgewerkt – hier kan nog van alles gebeuren...